Lijiang

27 juli
Om 9 uur vertrekt onze bus naar Lijiang. We staan ruim op tijd op, checken uit en lopen vanaf het guesthouse naar een drukkere straat. Hierna pakken we de taxi richting het kantoortje waar we gisteren de bustickets hebben geregeld.

Het uitzicht vanuit de bus is mooi, met rijstvelden en oude dorpjes. Rond half 2 komen we aan in Lijiang. Daar nemen we een taxi richting het Carnation Hotel. Het ziet er prima uit, een aantal kamers met in het midden een terras. De kamer is goed verzorgd met een ruime badkamer. ’s Middags gaan we naar het oude centrum van Lijiang. Het guesthouse ligt net aan de rand van het centrum. In eerste instantie lopen we de verkeerde kant op, maar de eigenaar van het guesthouse komt achter ons aan, om ons de weg te wijzen.

Het centrum is een wirwar van smalle straatjes en oude Chineze huizen. Ze hebben allemaal typisch Chineze daken, met versierde dakpannen en versierd met rode lantaarntjes. Door de straatjes lopen waterstroompjes met bruggetjes eroverheen naar de huizen. In de meeste huizen zitten winkeltjes met allerlei souvenirs, of etenswaren. We gaan bij het Petit Lijiang Bookcafe een hapje eten en drinken. Het regent terwijl we binnenzitten, dus we blijven lekker droog en bestellen nog wat te drinken. ’s Avonds lopen we nog wat door de straatjes, waar het best druk is met Chineze toeristen.

28 juli
We huren voor vandaag fietsen bij het guesthouse, nadat we ontbeten hebben bij Lamu’s House of Tibet. Het plan is om naar Baisha te fietsen, wat niet ver van Lijiang is. Het is in het begin heel erg zoeken hoe we moeten fietsen. Het is vooral lastig om Lijiang uit te komen. Na veel vragen vinden we de weg richting Baisha. Het is een leuke fietstocht. Eerst nog een stuk langs een drukke weg, maar als we later een rustige zijweg inslaan is het al een stuk aangenamer fietsen en kun je ook wat meer van de omgeving genieten.

We hebben af en toe wat regen, maar zijn er op voorbereid. Regenhoes om de rugtas, poncho aan en fietsen maar weer. We komen eerst in een ander plaatsje uit, wat er eigenlijk ook al heel schattig oud uitziet. We vragen de weg, het blijkt nog een dorp verder te zijn. We zetten de fietsen neer, en lopen de rest. In Baisha aangekomen lopen we door het dorpje. Het is wat authentieker, en zeker duizendmaal rustiger qua hoeveelheid toeristen vergeleken met Lijiang. Bij een souvenirswinkeltje kopen we 3 geborduurde kussenslopen. We eten wat bij een van de restaurantjes voordat we weer teruglopen naar de fietsen. Onze volgende stop is het Black Dragon Pool Park. Helaas begint het weer te regenen. Gauw weer de poncho’s aan om toch een beetje droog te blijven. Het park in de regen is toch minder indrukwekkend. Het is ook mistig. Normaal zou je een spectaculair uitzicht over de bergen moeten hebben, maar helaas. Door de wolken zijn er nu geen bergen te bekennen. We lopen een rondje door het park, onder onze paraplu. Als we terug zijn bij de fietsen is het weer droog. ’s Avonds eten we bij het Indulgence Restaurant. Het is het restaurant van de eigenaar van het guesthouse. Fred bestelt vis, en ik kikker. Beiden erg lekker.

29 juli
Het plan voor vandaag is een bezoek aan de Jade Dragon Snow Mountain. We gaan er op eigen houtje met de bus naartoe. We weten uit de lonely planet vanaf welk kruispunt, en met welke bus we er kunnen komen. Bij het kruispunt aangekomen is het even zoeken. Als ik in een winkel de weg vraag, met mijn boekje mandarijn, is een jongen in de winkel zo vriendelijk om helemaal met ons mee te lopen. Dat is voor hem denk ik ook makkelijker dan uitleggen. Het blijkt een minibusje te zijn. De rit duurt maar een half uurtje.

Bij de ingang van het park moeten we 105 yuan entree betalen. Maar dan zijn we er nog niet, nu zijn we alleen nog maar in het park. We rijden door, naar een van de ingangen. Het is niet helemaal duidelijk waar we moeten zijn. Gelukkig is een van de passagiers een Chineze studente, die ook engels spreekt. Ze helpt ons op weg en legt uit waar we heen moeten. Tijdens de busrit komen we langs de Blue Moon Valley, maar de bus rijdt nog ietsjes verder. Het is afgeladen druk met touring cars op de parkeerplaats. Wat wel opvallend is, is dat er verder helemaal geen westerse toeristen zijn, maar alleen maar Chinezen. We kopen een entreekaartje + kaartjes voor de stoeltjeslift. Er staat een enorme wachtrij bij de ingang, maar gelukkig loopt het redelijk door. Binnen 10 minuten zitten we in de bus.

Als we uitstappen, kunnen we vanaf hier met de kabelbaan omhoog. Het is vandaag bewolkt, maar tot nu toe nog wel droog gebleven. Bij de kabelbaan staat ook weer een rij. Na een kwartier zijn we aan de beurt. De bakjes zijn helemaal dicht, er passen 2×4 personen. Boven op de berg valt het uitzicht wat tegen, maar het is dan ook nog steeds bewolkt. De Chineze toeristen zijn druk bezig met foto’s maken en in de weg lopen. Vanaf hier loopt er een aangelegd pad over de berg, met houten planken. Het bos is heel mossig, dus ook het pad is behoorlijk glad. We lopen door het bos, over het aangelegde pad en komen uiteindelijk uit bij een open vlakte.

Er hangen in de bomen houten plankjes, met Chineze tekens erop. Je kunt er een wens op zetten, en die in de boom hangen. Wel grappig om te zien. We bestellen bij een kraampje noedelsoep (zo’n kant en klare, die je in Nederland ook kunt kopen bij de toko), en een stick met yakvlees, die volgens Fred wel verdacht veel naar varken smaakt.

We lopen een rondje, waar het pad nog steeds bestaat uit spekgladde planken, aangezien het hier zo vochtig en mossig is. De Chinezen die hier lopen hebben een heel relaxt slakkegangetje (nou ja, eigenlijk ook in de rest van China). Wij Hollanders gaan er als een stoomtrein voorbij, hoewel we dan nog rustig lopen voor ons doen.

Als we een rondje hebben gelopen, is het niet duidelijk hoe we weer terugkunnen. Er rijden elektrische wagentjes, maar daar moet je blijkbaar weer een extra kaartje voor kopen. Daar hebben we geen zin in, dus we lopen terug de berg op waar we vandaan komen, en nemen weer de kabelbaan naar beneden. Vanaf daar lopen we een stukje naar beneden, en komen bij de Blue Moon Valley en het bijbehorende blauwe meer. Ze zijn hier druk bezig in de rivier met bulldozers. Geen idee wat ze aan het doen zijn. Iets verderop in de riviere zijn er een soort rondvormige baden. Het water stroomt van het ene het andere bad in. Dit is kunstmatig, door de Chinezen aangelegd. Wellicht zijn ze dat een stukje stroomopwaarts ook weer aan het doen.

Het andere meer heeft een hele aparte, turkoise kleur. We lopen langs het meer, stroomafwaarts om een beetje te ontsnappen aan de drukte.

Als we later weer teruggaan is het compleet onduidelijk vanaf waar we de bus terug kunnen nemen, naar de hoofdingang. Tja, bovenop de berg gaat er een bus terug. Maar we hebben geen zin om helemaal terug de berg op te lopen, terwijl de bussen hier ook langskomen. Als we een bus proberen aan te houden rijdt deze gewoon door, en de volgende 5 bussen ook. Behoorlijk irritant. We besluiten nog een stukje verder te lopen, om wat beter de indruk te wekken van de verdwaalde toerist. Blijkbaar helpt het, want gelijk de eerstvolgende bus die voorbij komt stopt en brengt ons naar de ingang. Daar vinden we na even een zoeken een minibus terug naar Lijiang. Wat alleen jammer is, is dat er 7 passagiers inpassen, en er dus nog 5 medepassagiers nodig zijn. Het duurt behoorlijk lang voordat het zover is. Het blijkt dat we het verkeerde busje hebben gekozen, twee andere busjes zijn eerder vol en rijden voor onze neus weg. Ach ja, uiteindelijk komen we er wel. Terug in Lijiang eten we een hapje en gaan terug naar ons guesthouse.

30 juli
Het is alweer zaterdag. Vannacht werden we wakker gehouden door een blaffende hond. Gelukkig werd hij blijkbaar na een uur blaffen moe van zichzelf, en hield op met blaffen. Vandaag doen we een dagje lekker rustig aan. ’s Ochtends lopen we richting het zuiden van de oude stad. Hier zijn we tot nu toe nog niet geweest. We gaan ergens ontbijten, bij een klein restaurantje. De eigenaar spreekt geen woord engels. Uiteindelijk lukt het om 2 omeletjes en een broodje te bestellen, door in het boekje, en in de keuken zelf dingen aan te wijzen. Echt grappig als het toch lukt op die manier. De eigenaar pakt een ei, ik wijs naar de pan en doe alsof ik een omelet maak. Hup, ei in de pan. En ja hoor, geregeld. We hebben weer een heerlijk ontbijtje.

Na het ontbijt lopen we door de wirwar van straten. Ook dit deel van Lijiang bestaat uit oude houten huisjes, rijk versierd met houtsnijwerk en rode chinese lantaarns. Het is in dit deel, en op dit tijdstip van de dag heerlijk rustig. Wat een verademing vergeleken met de drukte ’s avonds. We zigzaggen naar het Mu’s House. We weten niet precies waar het is, maar we komen er uiteindelijk door vaak de weg te vragen. Je verdwaalt vrij snel in de smalle straatjes die allemaal op elkaar lijken. We zien bij een watertje een paar meisjes groente wassen, en pal daarnaast is iemand kleding aan het wassen. Best apart, groente met zeepsmaak.

Voor het Mu’s House betalen we 60 yuan entree p.p. Ze zeggen dat het de Verboden Stad in het klein is. Het is mooi om te zien. Het heeft niet iets van weg vind ik. Zoals alle gebouwen zijn de randen onder het dak versierd, en blauw geverfd. De pilaren waren ooit rood, maar is grotendeels versleten. Het ‘huis’ bestaat uit meerdere gebouwen, wat pleinen en een tuin. Helemaal achterin kun je via een trap de berg op. Dat komt mooi uit, vanaf daar heb je een mooi uitzicht over het oude centrum. We klimmen helemaal omhoog. Op een gegeven moment komen we bij een poort, die blijkbaar naar een park leidt. Als je dit park in wilt, moet je nog eens 60 yuan entree betalen. Maar zo bijzonder ziet het er niet uit. Beetje jammer dat je hier weer apart voor moet betalen. We slaan even over, en gaan weer terug. Vanaf die plek heb je ook een mooi uitzicht over het oude centrum van Lijiang.

Als we uitgekeken zijn, begint het helaas weer te regenen. Het was tot nu toe lekker weer, met zelfs een beetje zon. We lopen over een kleine markt. Bij een kraampje kopen we 2 deurknoppen met leeuwenkoppen. ’s Middags lunchen we bij Lamu’s. Als we daarna richting het nieuwe centrum lopen, spreekt een Nederlands stel ons aan, Maurice en Marie-José. Ze vragen of we al naar de Tiger Leaping Gorge zijn geweest, en of we weten hoe ze daar het beste kunnen komen. Op zich geen rare vraag, want de informatievoorziening voor westerse toeristen is vrij beperkt hier. We geven aan dat we bij ons guesthouse een flyer hebben zien liggen met meer info, en leggen uit waar ons guesthouse is.

Hierna gaan wij nog wat winkeltjes bekijken in het nieuwe centrum. Als we ’s middags terugkomen in het guesthouse, komen Maurice en Marie-José langs. We vragen aan de eigenaar aan het guesthouse of hij ons kan helpen, aangezien wij morgen een trekking door de Tiger Leaping Gorge willen gaan doen. Hij belt iemand op, die dit kan regelen. We krijgen te horen dat diegene vanavond om 18.00 langs kan komen om alles uit te leggen. We spreken dus om 18.00 weer af met z’n vieren. Alleen, om 18.00 verschijnt er niemand. Die man komt pas om 19.00 opdagen. Heel onhandig, want Fred en ik gaan om 20.00 naar een orkest en hadden eigenlijk voor die tijd ook nog wat willen eten.

De man die is gekomen blijkt ook amper engels te spreken, dus uiteindelijk worden we hier niet veel wijzer uit. Met veel pijn en moeite denken we het geregeld te hebben, dat we morgen om 7.00 worden opgepikt door een taxi, die ons rechtstreeks naar de Tiger Leaping Gorge brengt. We zullen zien…

Inmiddels is het al 19.45 uur, dus Fred en ik haasten ons richting het orkest. Dit is nog wel een kwartier lopen, door de drukke, smalle straatjes. Om 20.00 uur begint de voorstelling van het Naxi Orchestra. We zijn gelukkig nog op tijd. Het orkest bestaat uit 25 muzikanten. Ze spelen oude traditionele muziek met oude instrumenten die verder nergens meer gespeeld wordt. Wel bijzonder om te zien. Naast ons zitten een paar Chinezen druk te babbelen. Best vervelend als je het orkest opneemt op video. De show duurt zo’n 1,5 uur, maar we gaan in de pauze, na 3 kwartier al weg. We hebben nog niks gegetenen hebben behoorlijke trek. We regelen gelijk wat eten en drinken voor morgenochtend.

31 juli
We staan vroeg op, om 6 uur. We hebben om 6.20 afgesproken met Maurice en Marie-José. Nadat we bij het guesthouse hebben ontbeten, lopen we naar de plek waar de taxi ons om 7.00 op zou komen halen. Maar helaas, na 20 minuten wachten nog steeds geen taxi of busje die ons naar Qiaotou gaat brengen. We besluiten voor plan B te gaan, en nemen een taxi naar het busstation. Dan nemen we vanaf hier de bus. Op het busstation aangekomen kopen we 2 kaartjes voor 36 yuan. De bus gaat om 8.40 (die van 7.40 was net weg). Uiteindelijk komen we om 12 uur aan in Qiaotou. Aangezien het al later is dan gepland, willen we een stukje van de kloof overslaan. We regelen vervoer om ons een stukje verderop af te zetten. We rijden zo’n 14 km over de lage weg, langs de rivier. In het begin is de rivier heel breed, maar op een gegeven moment wordt het heel smal waardoor het water er doorheen kolkt. Gaaf om te zien.

De auto dropt ons, en vanaf dat punt kunnen we zigzag over een verharde weg de berg op. Bovenop de berg aangekomen gaat het wandelpad verder. Bij splitsingen is met pijlen aangegeven welke kant je op moet. Het uitzicht is echt gigantisch! Overal waar je kijkt zie je bergen, echt enorm.

Na een tijdje lopen komen we bij een guesthouse, waar we wat eten en drinken. Rond 1 uur lopen we verder. Onderweg staan allerlei bloemen, en fladderen vlinders vrolijk om ons heen. We komen ook langs een paar indrukwekkende watervallen. We komen totaal nog zo’n 10 a 14 andere wandelaars tegen. De meeste van hen hebben er behoorlijk de pas in. Of wij lopen gewoon heel relaxt, dat kan natuurlijk ook.

Uiteindelijk zijn we rond 5 uur bij het guesthouse, en vanaf daar willen we terug naar het dorpje. Want vanuit het dorpje kun je de bus terugnemen naar Lijiang. Maar het blijkt dat de laatste bus om 4 uur is vertrokken, en de volgende pas weer morgenochtend gaat. Ze willen wel een taxi voor ons bellen, maar die kost 150.000 yuan. Nogal veel voor dat kleine stukje.

Er staan op dat moment 4 vrachtwagens stil, volgeladen met zand. Fred stelt voor om te vragen of we mee kunnen rijden. En zo gezegd zo gedaan. Ze vinden het prima dat we meerijden richting het dorpje. Het is niet het snelste vervoer, maar wel een heel avontuur!

Rond 6.15 komen we aan in het dorpje. We zijn net uitgestapt, als de bus naar Lijiang aan komt rijden. Wat een timing, superrelaxt. We zijn de enigste 4 passagiers, dus kunnen lekker voorin zitten. Rond half 9 zijn we weer in Lijiang. De buschauffeur dropt ons bij een halte, vanaf daar gaan we terug richting het centrum. We eten een hapje bij de Well Bistro. Het wordt niet te laat, we zijn best gaar van de hele dag op pad. ’s Avonds terug in het hotel betalen we alvast de 4 overnachtingen, en boeken een hotel voor de volgende nacht in Kunming.

Leave a Reply